Onderstaand vindt u uitleg over een piekerstoornis. Echter kan u zich in deze tijden van CORONA misschien meer zorgen maken dan gewoonlijk. Neem daarom ook een kijkje naar de hier gelinkte pagina ‘CORONA – hoe ga ik om met mijn gepieker’, waar je tips kan vinden om hier mogelijks beter mee om te gaan.

Wat is een piekerstoornis?

Mensen hebben de ongelooflijke vaardigheid om te kunnen denken over de toekomst. ‘toekomstig denken’ betekent dat we kunnen anticiperen op obstakels of problemen, en geven ons de mogelijkheid om oplossingen te plannen. Als het ons helpt om inze doelen te bereiken, kan ‘toekomstig denken’ zinnig zijn. 

Bv je handen wassen en sociale afstand bewaren zijn helpende handelingen die we kunnen stellen om te voorkomen dat het corona-virus zich verspreidt. 

MAAR

‘PIEKEREN’ is een manier van ‘toekomstig denken’ die ons vaak angstig of ongerust doet voelen. Wanneer we teveel piekeren denken we vaak over de ergste scenario’s die zich zouden kunnen afspelen en het voelen dat we daar niet mee omkunnen. 

Het is echter niet omdat je piekert, dat we daarom spreken over een piekerstoornis.   

Mensen met een piekerSTOORNIS zijn doorgaans :

  • langer dan 6 maanden erg bezorgd
  • piekeren erg veel
  • hebben moeite om het piekeren onder controle te houden

Het piekeren gaat vaak over gewone dingen (ziek zijn, deadlines missen, niet leuk gevonden worden,…). Maar het kan ook 

gaan over het milieu, journaal of andere zaken. Die zorgen over die alledaagse zaken zijn eigenlijk niet nodig, maar mensen 

met een piekerstoornis kunnen ze niet tegenhouden.  

Omdat het angstig piekeren vaak over meerdere dingen gaat, zeggen we dat de angst ‘gegeneraliseerd’ is. 

Daarom wordt een piekerstoornis ook wel een ‘gegeneraliseerde angststoornis’ genoemd. 


Wat kan je voelen?

Angstig en bang voor verschillende dingen

Piekeren over verschillende dingen

Nood aan veel bevestiging

Slecht slapen

Rusteloos en gespannen

Concentratieproblemen

Snel vermoeid

Hoe kan een piekerstoornis ontstaan ?

Vaak is er geen specifieke oorzaak aan te wijzen. We zien echter wel vaak dat, als er leden in de familie zijn die veel piekeren, dat de kans dan ook groter is dat je dat ook gaat doen. 

De angsten zorgen ervoor dat je situaties uit de weg gaat. Dat noemen we vermijding. Je gaat bijvoorbeeld niet meer naar bepaalde activiteiten toe. Dat is een begrijpelijke reactie. Want het geeft op korte termijn ontspanning en rust. Maar op de lange termijn is dit vermijdingsgedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de angst blijft bestaan en zelfs kan toenemen. Je krijgt zo geen kans om te ontdekken dat niet gebeurt waarvoor je bang bent.

Bij het ontstaan en blijven bestaan van angst zijn ook gedachten belangrijk. Angst zorgt er namelijk voor dat je het gevaar groter inschat dan dit echt is. Je denkt bijvoorbeeld dat je leidinggevende je werk slecht beoordeelt. Of dat je kinderen misschien niet veilig zijn buiten. Terwijl de kans daarop maar heel klein is.

Samen met het vermijden van moeilijke situaties kunnen de gedachten ervoor zorgen dat je in een negatieve spiraal terechtkomt. Uiteindelijk kan die angst zo erg worden dat er een piekerstoornis ontstaat.

Angststoornissen komen vrij veel voor. Eén op de vijf mensen krijgt er ooit mee te maken. Een deel daarvan ontwikkelt een piekerstoornis.

Wanneer heb je hulp nodig ?

Pieker je vaak over van alles? Meer dan nodig is? Dan heb je mogelijk een piekerstoornis. J

e hebt hulp nodig als het piekeren je normale, dagelijkse bezigheden belemmert.

Twijfel je of je hulp nodig hebt? Bespreek het met je huisarts.

Hoe werkt cognitieve gedragstherapie bij piekeren?

Je gedrag en gedachten houden je angst in stand. Tijdens de therapie ga je actief werken aan het veranderen daarvan. Ook belangrijk bij cognitieve gedragstherapie is dat je leert door dingen te ervaren. Dat alles gebeurt stap voor stap. 

De therapeut is de angst- en cognitieve gedrags-expert. De cliënt is de expert over zichzelf. 

Cognitieve gedragstherapie is een actieve samenwerking tussen beiden.

Samen met de therapeut ga je oefeningen doen met de situaties die je spannend vindt. Dit heet exposure. Stel dat je bang bent om je kind alleen te laten. Gebeurt er echt iets wanneer hij/zij niet bij je is? Hierdoor leer je dat zo’n situatie niet zo vreselijk is als je dacht. Hoe vaker je oefent, hoe meer de angst afneemt. Je krijgt tijdens de behandeling soms ook oefeningen voor ontspanning en ademhaling. Hierdoor krijgt je meer controle over de angstige gevoelens.

Daarnaast ga je aan de slag met de manier van denken die hoort bij angst. Zijn de gedachten echt en realistisch? En helpen ze je , of zorgen ze eigenlijk alleen maar voor meer piekeren? Met de therapeut onderzoek je welke gedachten niet kloppen en welke gedachten niet helpen. Daarna ga je deze gedachten zo nodig wijzigen.

Je gaat tijdens therapie dus samen actief aan de slag met je gedrag en gedachten. Daardoor doorbreek je de negatieve spiraal van gedachten, gevoelens en gedrag. Bedenk wel dat het moed vergt om de dingen weer te gaan doen die je het liefst vermijdt. Vaak neemt daarom de angst in het begin toe. Maar je zult merken dat die angst langzaam afneemt na een aantal sessies.

De therapie duurt meestal 10 tot 16 sessies. Hoeveel sessies er precies nodig zijn, hangt af van de ernst van de klachten. Ook ga je in het dagelijkse leven oefenen. De belangrijkste verandering vindt buiten de praktijk plaats. 

Vond je deze informatie interessant en wil je hier anderen mee helpen, deel dan gerust via onderstaande knoppen

Merk je dat je toch nood hebt aan verdere hulpverlening, en wil je samen met iemand van ons kijken naar de problemen die je ervaart, dan kan je ons gemakkelijk en snel vinden voor een video-afspraak via de onderstaande knop