Wat is paniek?

In paniek raken is normaal en zelfs een gezonde reactie in een (levens)gevaarlijke situatie. De paniek beschermt je door direct te handelen om het gevaar te voorkomen. Bijvoorbeeld door weg te springen als een snel rijdende wagen plotseling nadert. 

Maar bij een paniekstoornis krijg je zonder dat er ‘echt’ gevaar is terugkerende paniekaanvallen. Dat zijn plotselinge, korte periodes van heftige angst. Die angst is zo heftig, dat je bang wordt om nogmaals zo’n aanval te krijgen.

Wat voel je?

 

Hartkloppingen

Benauwd

Zweten

Trillende handen

Koude rillingen

Verstijven

Duizelig

Misselijk

Angst om dood te gaan

Angst om de controle te verliezen

Hoe ontstaat een paniekstoornis?

Zoals bij de meeste psychische stoornissen is er geen specifieke oorzaak om aan te wijzen. Als er in jouw familie paniekaanvallen voorkomen, is de kans groter dat jij die ook ontwikkelt. Er is dan ook sprake van familiare aanleg. Een paniekstoornis begint soms na een schokkende gebeurtenis, bijvoorbeeld bij het overlijden van een familielid of bij werkstress.

Als je een keer een paniekaanval heb meegemaakt, ga je meer letten op de signalen. Ook ga je situaties uit de weg die mogelijk leiden tot een paniekaanval. Dat noemen we vermijding. Je gaat bijvoorbeeld niet meer naar drukke winkels. Dat is een begrijpelijke reactie. Want het geeft op korte termijn ontspanning en rust.

Maar op de lange termijn is dit vermijdingsgedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de angst blijft bestaan en zelfs kan toenemen. Je krijgt zo geen kans om te ontdekken dat niet gebeurt waarvoor je bang bent.

Bij het ontstaan en blijven bestaan van angst zijn ook gedachten belangrijk. Angst zorgt er namelijk voor dat je het gevaar groter inschat dan dit eigenlijk echt is. Je denkt bijvoorbeeld dat je dood gaat als je een paniekaanval zou krijgen. Terwijl dat niet logisch is.

Ongeveer 2 op de 100 jongeren en volwassenen heeft een paniekstoornis.

Wanneer heb je hulp nodig?

Heb je last van paniekaanvallen? Dan heb je mogelijk een paniekstoornis. Je hebt hup nodig als de paniekaanvallen je normale dagelijkse bezigheden belemmeren, zoals werken of sporten.

Twijfel je of je hulp nodig hebt? Bespreek dit met je huisarts.

Hoe helpt cognitieve gedragstherapie bij paniek?

Je gedrag en gedachten houden de angst in stand. Tijdens de therapie ga je actief werken aan het veranderen daarvan. Ook belangrijk bij cognitieve gedragstherapie is dat je leert door dingen te ervaren. Dat alles gebeurt stap voor stap. 

De therapeut is de angst- en cognitieve gedragsexpert. Jij bent de expert over jezelf. 

Cognitieve gedragstherapie is een actieve samenwerking tussen beiden.

Eerst krijg je uitleg over hoe je lichaam werkt bij angst. Daardoor leer je beter herkennen hoe jouw lijf op paniek reageert. Daarna leer je door oefeningen dat deze gevoelens kunnen komen en gaan. En dat ze niet hoeven te leiden tot het gevaar waar je bang voor bent.

Samen met de therapeut ga je oefeningen doen met de situatie die je spannend vindt. Dit heet exposure. Stel dat je bang bent voor hartkloppingen. Dan ga je die juist opwekken. De therapeut ondersteunt je bij het voorbereiden en uitvoeren van de oefeningen. Samen met de therapeut kijk je steeds welke stap je aandurft en wat je daarbij nodig hebt. Hierdoor leer je dat zo’n situatie niet zo vreselijk is als je dacht. Bijvoorbeeld dat je niet doodgaat door hartkloppingen. Hoe vaker je oefent, hoe meer de angst afneemt.

Daarnaast ga je aan de slag met de manier van denken die hoort bij de paniekaanval. Zijn de gedachten reëel? Val je ooit flauw? Met de therapeut onderzoek je welke gedachten niet kloppen. Daarna ga je deze gedachten zo nodig wijzigen.

Je gaat tijdens de cognitieve gedragstherapie dus samen actief aan de slag met je gedrag en gedachten. Daardoor doorbreek je de negatieve spiraal van gedachten, gevoelens en gedrag. Bedenk wel dat het moed vergt om datgene weer te gaan doen dat je het liefst vermijdt. Daarom neemt de paniek in het begin soms toe. Maar je zal merken dat die angst langzaam afneemt na een aantal sessies.

De therapie duurt meestal 12 tot 16 wekelijkse sessies. Hoeveel therapie er precies nodig is, hangt af van de ernst van de klachten. En je zal in het dagelijkse leven oefenen: de belangrijkste verandering vindt buiten de praktijk plaats.

Tekst mee geïnspireerd door de VGCT

Vond je deze informatie interessant en wil je hier anderen mee helpen, deel dan gerust via onderstaande knoppen

Merk je dat je toch nood hebt aan verdere hulpverlening, en wil je samen met iemand van ons kijken naar de problemen die je ervaart, dan kan je ons gemakkelijk en snel vinden voor een video-afspraak via de onderstaande knop

Neem ook een kijkje op www.inter-actie.be

of neem een lekkere kijk bij onze buurman www.bebijn.be of www.bonboxy.be