Wat is een specifieke fobie?

Iedereen is wel eens ergens bang voor. Die angst beschermt je door te waarschuwen voor gevaren. Maar als die angst erg groot wordt kan er sprake zijn van een specifieke fobie. Bij een specifieke fobie heb je een heftige angst voor een specifieke situatie, gebeurtenis, voorwerp of dier. Bijvoorbeeld een angst voor spinnen of bloed prikken. Hoogtevrees of de tandarts. Zelfs het denken aan datgene waar je bang voor bent zorgt voor angstige gevoelens. Vaak weet je dat die angst eigenlijk niet nodig is, maar toch krijg je het niet onder controle.

Wat voel je ?

Je bent extreem bang voor (de gedachte aan) een specifieke situatie, gebeurtenis, voorwerp of dier

Je vermijdt waar je bang voor bent

Wanneer je in aanraking komt met je angst krijg je hartkloppingen, ga je zweten en trillen

Je wordt duizelig of misselijk

Je valt flauw (vooral bij bloed- of injectiefobie)

Wat is een specifieke fobie?

Zoals bij de meeste psychische stoornissen is er vaak geen specifieke oorzaak voor aan te wijzen. Een specifieke fobie kan soms beginnen na een schokkende gebeurtenis. Vaak al in je kindertijd. Als je als kind bijvoorbeeld bent aangevallen door een hond, kun je extreem angstig worden voor honden. Maar ook het zien van iets spannends, of erover horen, kan leiden tot een specifieke fobie. Soms weet je als volwassene niet meer waarom je angstig bent geworden voor iets. Soms speelt de omgeving waarin je bent opgroeit een rol. Wanneer je ouders ergens bang voor waren, kun je dit hebben overgenomen.

De angst zorgt ervoor dat je situaties uit de weg gaat. Dat heet vermijding en het is een begrijpelijke reactie. Want het geeft op korte termijn ontspanning en rust. Maar op de lange termijn is dit vermijdingsgedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de angst blijft bestaan en zelfs kan toenemen. Je krijgt zo geen kans om te ontdekken dat niet gebeurt waarvoor je bang bent. Bijvoorbeeld dat er niets naars gebeurt wanneer er een hond langsloopt of je een naald ziet.

Bij het ontstaan en blijven bestaan van angst zijn gedachten belangrijk. Angst zorgt er namelijk voor dat je het gevaar groter inschat dan dit echt is. Bij een hond kun je bijvoorbeeld denken dat het dier zal bijten, terwijl de kans daarop maar heel klein is. Je kunt zo in een negatieve spiraal terechtkomen. Hierdoor blijft de angst bestaan. Uiteindelijk kan die angst zo erg worden dat er een specifieke fobie ontstaat.

Specifieke fobieën komen vrij veel voor: één op de tien mensen krijgt er ooit mee te maken.

Waneer heb je hulp nodig?

Ben je buitenproportioneel bang voor spinnen, prikken, bepaalde dieren of situaties? Heb je hoogtevrees of ben je bang voor bloed? Je hebt hulp nodig als de angsten je normale, dagelijkse bezigheden belemmeren. Zoals werken of sporten.

Twijfel je of je hulp nodig hebt? Bespreek het met je huisarts.

Hoe werkt cognitieve gedragstherapie bij specifieke fobie?

Je gedrag en gedachten houden de angst in stand. Tijdens de therapie ga je actief werken aan het veranderen daarvan. Ook belangrijk bij cgt is dat je leert door dingen te ervaren. Dit alles gebeurt stap voor stap. De therapeut is de angst- en cgt-expert. Jij bent de expert over jezelf. Cgt is een actieve samenwerking tussen beiden.

Samen met de therapeut ga je stapsgewijs oefeningen doen om geleidelijk aan om te gaan met juist die situatie die je spannend vindt. Dit heet exposure. Stel: je bent bang voor honden. Er wordt dan een lijst gemaakt van situaties die je spannend vindt. Die situaties worden op volgorde gezet: van situaties die een beetje spannend zijn tot situaties die heel spannend zijn. Met de therapeut ga je oefenen met die situaties. Natuurlijk begin je eerst met de makkelijkere situaties. Bij een fobie voor honden ga je bijvoorbeeld eerst denken aan een hond. Of je bekijkt een foto van een hond. Als dat lukt zonder teveel spanning, ga je oefenen met de moeilijkere situaties. Bijvoorbeeld door te kijken naar een echte hond. Geleidelijk aan nemen de stappen in moeilijkheid toe: je gaat dan bijvoorbeeld een hond aaien. Hierdoor leer je dat zo’n situatie niet zo vreselijk is als je dacht. Samen met de therapeut kijk je steeds welke stap je aandurft en wat je daarbij nodig hebt. Hoe vaker je oefent, hoe meer de angst afneemt.

Je krijgt tijdens de behandeling soms ook oefeningen voor ontspanning en ademhaling. Hierdoor krijg je meer controle over de angstige gevoelens. En als je een specifieke angst hebt waarbij je flauwvalt, leer je ook hoe je het flauwvallen kunt voorkomen. Bijvoorbeeld bij een fobie voor bloed. De therapeut leert je dan om je spieren goed aan te spannen wanneer je in aanraking komt met de angstige situatie.

Daarnaast ga je aan de slag met de manier van denken die hoort bij angst. Zijn de gedachten reëel? Hoe logisch is het bijvoorbeeld dat een vliegtuig neerstort? Met de therapeut onderzoek je welke gedachten niet kloppen. Daarna ga je deze gedachten zo nodig wijzigen.

Je gaat tijdens cgt dus samen actief aan de slag met je gedrag en gedachten. Daardoor doorbreek je de negatieve spiraal van gedachten, gevoelens en gedrag. Bedenk wel dat het moed vergt om datgene weer te gaan doen wat je het liefst vermijdt. Vaak neemt daarom de angst toe in het begin. Maar je zult merken dat die angst langzaam afneemt na een aantal sessies.

Soms kan één cgt sessie al genoeg zijn om je problemen op te lossen. Hoeveel cgt er precies nodig is, hangt af van de ernst van de klachten. Ook ga je in het dagelijkse leven oefenen. De belangrijkste verandering vindt buiten de spreekkamer plaats.

Als de situatie waar je bang voor bent bijna niet voorkomt, wordt soms gekozen voor medicijnen. Bijvoorbeeld als je vliegangst hebt, en maar één keer per jaar in het vliegtuig stapt.

Tekst geïnspireerd door de VGCT

Vond je deze informatie interessant en wil je hier anderen mee helpen, deel dan gerust via onderstaande knoppen

Merk je dat je toch nood hebt aan verdere hulpverlening, en wil je samen met iemand van ons kijken naar de problemen die je ervaart, dan kan je ons gemakkelijk en snel vinden voor een video-afspraak via de onderstaande knop