Piekeren
FAALANGST
Wat is faalangst?
Wat is het precies?
Faalangst is een vorm van angst die voorkomt als je denkt dat je niet in staat bent om bepaalde prestaties te volbrengen. Dat kan gaan over sociale prestaties (in een omgeving met veel mensen vertoeven), maar ook over cognitieve prestaties (een toets moeten doen, een sollicitatiegesprek, een spreekbeurt of toespraak) en/of bewegingsprestaties (bv ergens opdienen of een sportwedstrijd,…)
Meestal wordt deze vorm van angst beschouwd als een onderdeel van sociale angst of gegeneraliseerde angst.
Hoeveel komt het voor?
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer een zesde van leerlingen van middelbare scholen zichzelf als ernstig faalangstig beschouwt.
Gevolg
Faalangst leidt vaak tot een verminderd schools presteren, een laag zelfbeeld, storend gedrag in de klas en negatieve houdingen ten opzicht van de school. Het is een veelvoorkomend probleem bij jong en oud, die een ersntige belemmering kan vormen in het (schools) functioneren.
Faalangst kenmerken
Symptomen - Wat kan je voelen?
Je hart gaat sneller kloppen
Ademhaling gaat sneller
Zweten
Tragere spijsvertering
Spieren worden geprikkeld
Niet meer logisch kunnen nadenken
Oorzaken?
Mogelijke factoren die meespelen:
Opvoedingsgerelateerde factoren
Schools- of werkgerelateerde factoren
PERSOONSGERELATEERDE FACTOREN
- Biologische factoren
Eigen karakteristieken
Iedereen heeft een unieke set van eigen karakteristieken, waardoor we in verschillende mate ontvankelijk zijn om faalangst te ontwikkelen. Deze verschillende ontvankelijkheid voor het ontwikkelen van faalangst is ingebed in de genen van een persoon. Genen bepalen de kans dat een aandoening zich voordoet. Uit onderzoek blijkt dat mensen met faalangst vaak ook ouders of broers en zussen met faalangst of een anderssoortige angststoornis hebben. Onderzoek wijst ook uit dat mensen die bijzonder sensitief zijn voor een fysieke reactie op stress ook een verhoogd risico lopen om faalangst te ontwikkelen.
Lichamelijk
Daarnaast kunnen een tekort aan slaap / eetproblemen / verhoogde cortisolwaarden/… op hun beurt weer bijdragen tot een verhoogde faalangst.
Leerstoornissen
Ook leerstoornissen zoals dyslexie/dyscalculie/… kunnen zorgen voor faalangstigheid. Het meer moeite hebben met lezen of rekenen dan anderen kan ervoor zorgen dat je voelt dat je jezelf moet bewijzen.
- Psychologische factoren
Een van de factoren die bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van faalangst bij mensen, zijn de psychologische factoren.
Faalangst wordt voor een groot deel veroorzaakt wordt door een negatief zelfbeeld en negatieve gedachten over eigen kunnen.
Mensen met faalangst hebben vaak de overtuiging (= geen feit!) dat zij beschikken over een lage competentie met betrekking tot een uit te voeren taak. Ze denken dat ze niet in staat zijn deze taak met goed gevolg te volbrengen. Het idee bestaat dat, wat wordt gevraagd van hen, boven zijn of haar intellectuele, motivationele en/of sociale capaciteiten uitstijgt. Dit leidt tot de verwachting dat er negatieve uitkomsten zullen zijn bij evaluatieve situaties,
- Gedragsmatige factoren
Wanneer men negatief denkt en zich negatief voelt over zichzelf en het eigen kunnen, dan wordt dat vaak versterkt door gedragsmatige factoren en de ervaringen die daar het gevolg van zijn. Het zelfbeeld, de studiehouding en de motivatie blijken een belangrijk verband te hebben met elkaar.
Een negatief beeld over eigen mogelijkheden kan bijdragen tot niet-helpende gedragingen, die op hun beurt de faalangst in stand houden of verergeren. Je bent bang dat anderen een negatief idee gaan krijgen over jou wanneer je een foutje maakt. Door die druk kunnen dingen juist ook gaan mislukken, wat dan je negatieve zelfbeeld bevestigt. Dat kan leiden tot een vicieuze cirkel.
OPVOEDINGSGERELATEERDE FACTOREN
Soms gebeurt het dat ouders of opvoedingsfiguren een belangrijke invloed hebben op de ontwikkeling of instandhouding van de faalangst bv door uitoefening van druk om te presteren of het uiten van hoge verwachtingen waar de jongere aan moet voldoen. Als volwassene kan je hierdoor een bepaald patroon hebben gecreëerd dat nefast is in je functioneren.
Wanneer veel druk wordt uitgeoefend op de faalangstige jongere, dan wordt dat sterk verbonden met het zich meer zorgen maken en sterkere lichamelijke symptomen van faalangst.
Ook blijkt dat de manier waarop ouders met hun eigen faalangst omgaan, vaak wordt overgenomen door hun kinderen. We noemen dat intergenerationele overdracht.
SCHOOLS- OF WERKGERELATEERDE FACTOREN
De oorzaken van faalangst kunnen ook worden gezocht in kenmerken van de school- of werkomgeving. Invloeden, eigen aan de situatie van de school of het werk. Die invloeden kunnen zich tonen in bv aard en moeilijkheid van de test/werk, de eigenschappen van de leraar/baas, tijdsdruk, atmosfeer, setting, …
Hoe lager het vertrouwen van de persoon in eigen kunnen om een test/opdracht te vervullen, hoe groter de faalangst.
Faalangst overwinnen
Hieronder enkele algemene tips
DENKFOUTEN ONTDEKKEN EN AANPAKKEN
Een denkfout wordt ook wel een redeneerfout genoemd.
Het betreft een vertekening van de oorspronkelijke informatie.
We zijn ons daar niet altijd van bewust.
Daarom is het interessant om er eens bij stil te staan
en te zien of je ze kan ontdekken bij jezelf.
SOORTEN DENKFOUTEN
1. Zwart-wit denken
= het denken in extreme uitersten. Dit kan een negatieve invloed hebben op je zelfbeeld.
Bv: ik kan niet meer – ik ben een mislukkeling – niets lukt mij – …
2. Zou moeten – denken
= jezelf of anderen onder druk zetten met regels, geboden, dreigementen, verplichtingen of andere strenge eisen.
Bv: ik moet ervoor zorgen dat ik geen fouten maak – ik moet acht uur slapen – …
3. Emotioneel redeneren
= Je denken geheel baseren op hoe je je voelt.
Bv: ik voel dat ik het niet kan en daarom heeft het gezin van het te proberen. – …
4. Omkering van het positieve = neutrale of positieve ervaringen omzetten in het negatieve
Bv: als iemand zegt ‘je zal het wel kunnen’ omvormen en denken ‘dat menen ze toch niet’ – …
5. Personaliseren = bv jezelf vergelijken met een ander
Bv: hij kan het zoveel beter dan ik – ik ben de traagste – …
6. Etiketteren = iemand gaat een negatief vaststaand oordeel vellen over iets.
Bv: ik ben gewoon een mislukkeling – ik ben gewoon te dom – …
7. Vergroten en verkleinen = tekortkomingen van jezelf ga je vergroten en de goede kanten ga je verkleinen.
Bv: het is echt puur toeval dat die opdracht goed is gelukt – …
8. Gedachten lezen = op voorhand precies al weten wat een ander denkt.
Bv: als ze mij zien zullen ze wellicht meteen denken dat ik het niet goed kan – …
9. Generaliseren = een verstrekkende algemene conclusie trekken op basis van een alleenstaand geval.
Bv: dit komt nooit meer goed – ik ga het altijd mis doen – …
10. Meten met twee maten = het niet iedereen gelijk beoordelen. Wat voor jou geldt, geldt niet voor een ander of omgekeerd.
Bv: Als ik goede resultaten behaal is dat toeval. Bij een ander is dat omdat ze er goed in zijn! – …
11. Met een bepaalde bril kijken
= een soort tunnel kijken. Kijken naar slechts één aspect van het verhaal terwijl al de rest wordt uitgesloten.
Bv: Bij feedback : ‘je doet je werk/studies heel erg goed. Het enige waar je op moet waken is dat je snel genoeg werkt’ –
daaruit meenemen dat je sneller moet werken en de lof er laten afvallen – …
INNERLIJKE CRITICUS
Je innerlijke criticus heeft de neiging om je streng toe te spreken.
Hij/zij is veeleisend en kan jou echt tot last zijn.
De intentie erachter is wel goed. Maar de aanpak is een beetje onhandig!
Wat helpt is om met je innerlijke criticus in gesprek te gaan.
Een gesprek openen tegen jouw strenge kant.
1. Word je er bewust van wanneer je tegen jezelf praat
Wanneer spreek je tegen jezelf? Wat zeg je dan? Zijn er situaties waarin je innerlijke criticus van zichzelf laat horen?
Misschien in situaties waar je moet presteren. Misschien doet je kritische stem je denken aan iemand uit je omgeving of uit je jeugd. Aan wie?
Hoe zou je je eigen innerlijke criticus noemen? Bv: ‘de zaag’ 😉
2. Spreek tot jezelf op de juiste manier
In welke situaties stond je in het verleden onder stress. Wat zei je op dat moment tegen jezelf? Sprak je jezelf moed in?
Of was je innerlijke stem negatief?
Belangrijk:
– Benoem vooral wat je wèl wilt! Zeg dus liever ‘ik hou mijn hoofd rustig‘ eerder dan ‘ik moet niet van streek geraken‘
– Spreek jezelf toe met je voornaam! Zeg dus liever ‘Sofie, je kan dit!’ eerder dan ‘ik kan dit!’
– Wat zou je tegen een goede vriend zeggen? Spreek jezelf bemoedigend aan!
Hou deze tips in je achterhoofd als je tegen jezelf spreekt.
3. Verbreed de blik op jezelf
Als je merkt dat het op een bepaald vlak niet goed loopt. Je voelt je tekortschieten.
Dan helpt het om je blik te verbreden door je te richten op andere rollen die je vervult.
Welke rollen in je leven vind jij belangrijk?
Die van het partner zijn/ouder zijn/ student zijn/vrijwilliger/sporter/… . Noteer voor jezelf eens de verschillende rollen die jij invult in je leven.
RELAXATIE- EN ADEMHALINGSTECHNIEKEN
Als we angstig zijn, komt ons lichaam ook mee in een staat van paraatheid.
Dan kan het belangrijk zijn om het te proberen tot rust te krijgen.
Er bestaan verschillende manieren om tot rust te proberen komen:
ademhalingstechnieken – actieve relaxatie – passieve relaxatie –
imaginaire relaxatie – mindfulness – yoga – …
Er bestaan dus tal van mogelijkheden om tot rust te komen.
Het is belangrijk om te zoeken naar wat voor jou werkt.
REGELMAAT EN STRUCTUUR
Structuur is belangrijk, omdat het rust, ruimte en energie geeft.
Orde en structuur draagt bij aan de behoefte aan zekerheid en duidelijkheid.
We weten wat we kunnen verwachten. Er ontstaat een zekere regelmaat.
Situaties en regels zijn duidelijk en
het draagt bij aan een zekere mate van vertrouwen.
Je krijgt aldus meer het gevoel van de zaken in de hand te hebben,
wat tegemoet komt aan je zelfvertrouwen.
MAAK FOUTEN!
Als je bang bent om fouten te maken, dan doe je er alles aan om te voorkomen dat je een fout maakt.
Om dat te doorbreken, kan je heel bewust een (kleine) ‘fout’ maken en observeren hoe jijzelf en jouw omgeving hierop reageren.
Vaak is je angst zo groot geworden dat het onoverkomelijk lijkt om een ‘foutje’ te maken.
Faalangst aanpakken - Wanneer heb je hulp nodig?
Het is niet nodig om gezonde spanning te behandelen. Maar als je teveel last krijgt dan is het aan te raden om je faalangst aan te pakken met psychotherapie.
Samen met de therapeut ga je dan op zoek naar de mogelijke oorzaken en oplossingen voor je faalangst.
Je leert in gesprek jezelf beter kennen en de redenen waarom je zaken doet. Ook vinden we mogelijks de dieperliggende oorzaken.
Doel is om je op een gezonde manier te leren omgaan met verwachtingen en afkeuringen of faalervaringen.
Hierbij is er wetenschappelijk aangetoond dat de methodes binnen de cognitieve gedragstherapie een zeer efficiënte rol spelen.
Terug naar de hoofdpagina
in de praktijk helpen we mensen van alle leeftijden. Je vindt er zowel een kinderpsycholoog – jongerenpsycholoog en orthopedagoog als een volwassenenpsycholoog.




